Category Archives: Nieuws

Stiltegroep van 4 september 2018

Verschijnselen en de Realiteit

Van het hoogste ‘standpunt’ uit bezien heeft de wereld geen oorzaak.

Als je een keer een wereld voor jezelf geschapen hebt in tijd en ruimte, beheerst door causaliteit, oorzakelijkheid, dan ontkom je er niet aan dat je op zoek gaat naar oorzaken en dat je die dan overal ontdekt. Je stelt de vraag en dwingt daarmee een antwoord af.

Ik zie alleen bewustzijn en ik weet dat alles alleen maar bewustzijn is.

Wat we wezenlijk zijn wordt weerspiegeld in denken en voelen als ‘Ik ben’. Het Zijn maakt alle dingen mogelijk – maar de eigenschappen die het een bepaalde naam en vorm geven zijn illusie.

Waarom zou je je zo bezorgd maken over de oorzaak van de dingen? Wat is het belang van oorzaken als de dingen zelf maar tijdelijk zijn? Laat komen wat komt en gaan wat gaat. Waarom moet je je aan de dingen vastklampen en op zoek gaan naar hun oorzaak?

Wat heb je voor baat bij een relatief standpunt? Je bent in staat de dingen vanuit het absolute ‘standpunt’ te zien – waarom zou je terugkeren tot het relatieve?

Er is alleen maar licht en het licht is alle dingen. Er zijn alleen maar beelden die uit licht bestaan. De beelden zijn in het licht en het licht is in de beelden. Laat al die ideeën over leven en dood toch vallen, en over het zelf en het niet-zelf. Die hebben toch geen enkel nut?

De problemen rijzen allemaal in de wakende toestand – zo is die nu eenmaal. Maar jij bent niet altijd in die toestand. Wat voor goeds kun je doen in een toestand waar je hulpeloos in tuimelt en waar je een poosje later weer uit opduikt? En wat heb je eraan te weten dat de dingen zoals die in je wakende toestand verschijnen een onderling causaal verband hebben?

Als je geest tot stilte komt, tot volmaakte stilte, is er geen wakende toestand meer.

Je verwarring is te wijten aan je geloof dat jij in een wereld leeft in plaats van de wereld in jou. Wie was er eerst – jij of je ouders? Je verbeeldt je dat je op een bepaald ogenblik in tijd en ruimte geboren bent en dat je een vader en een moeder, een lichaam en een naam hebt. Dat is je fout en de ramp van je leven.

Jij hebt het lijden geschapen, op basis van je eigen angsten en verlangens. Het is allemaal te wijten aan het feit dat je je eigen diepste wezen bent vergeten. Je hebt eerst realiteit geprojecteerd op de bewegende plaatjes, toen ben je gaan houden van die geprojecteerde mensen en nu lijd je met hen mee en probeert hen te redden. Maar zo ligt de zaak niet. Je moet met jezelf beginnen. Een andere weg is er niet.

Om verschijnselen aan te zien voor de realiteit is een afschuwelijke zonde en de oorzaak van alle rampen. Wat jij bent, is de allesdoordringende en eeuwigscheppende, bewust-tegenwoordige Aandacht – het Bewuste Zijn zelf. Al het andere is beperkt door tijd en ruimte. Vergeet niet wat je bent.

Ik ben / Zijn  –  Shri Nisargadatta Maharaj  – Hoofdstuk 14 – Verschijnselen en de Realiteit

Agroep 2018-01-16

Je ware aard gaat elke beschrijving te boven.
Je kunt haar niet kennen via je denken, en toch bestaat ze.
Ze is de oorsprong van alles

Aan elke actie ligt een bepaald denkbeeld ten grondslag, dat ook verantwoordelijk is voor het verloop ervan.
Je neemt het voor vanzelfsprekend van dat je bent geschapen. Dit is gebaseerd op een denkbeeld van anderen, dat bepaalt of je gelukkig of ongelukkig bent, maar ook je ideeën over geboren worden en sterven.
Het is allemaal een spel van denkbeelden in actie, waarbij je jezelf voor de doener houdt.

Je wordt wat je gelooft. Overtuigingen hebben enorm effect!
Wees je daarvan bewust. Zorg dat je allereerst weet wat je bent. Wees er rotsvast van overtuigd dat je zuiver Bewustzijn bent. Dit moet vanzelf gebeuren. Alleen zo is het mogelijk.

De geest bestaat slechts uit een verzameling indrukken die we vanaf onze geboorte hebben opgedaan. Hij houdt zich bezig met gedachten die gebaseerd zijn op overheersende ideeën. Zorg dat je degene vindt die weet dat hij denkt. Geloof hechten aan je gedachten leidt tot ontgoocheling.

Uit Nisargadatta Maharaj in woord en beeld – Samsara 200

Advaita stiltegroep Leuven van dinsdag 5 september

Deze bijeenkomst gaat niet door in de Romaanse Poort, maar ten huize van Kristien Mommaerts – Tiensesteenweg 198, 3010 Leuven.
Meditatietekst:
Maharaj: Wat je niet bent kun je kennen, maar wat je wezenlijk bent kan nooit gekend worden. Wat je bent kun je alleen maar zijn. Het enige wat je nodig hebt is inzicht, dat wil zeggen dat je vervalsingen moet onderkennen als vervalsing.
Je weet dat je bent, ‘Ik ben’. De illusie ontstaat zodra je zegt: ‘Ik ben dit’, of ‘Ik ben dat’.
Het geheel is open en altijd beschikbaar, maar jij bent gehecht aan dat persoontje waarvan je denkt dat jij dat bent. Je verlangens en je ambities zijn klein en onbeduidend. Als er geen middelpunt van waarnemen was, waar zou dan een wereld kunnen verschijnen? Als de wereld niet wordt waargenomen, is zij hetzelfde als het vormloze. Wat jij bent is het waarnemende punt, de tijdloze, ruimteloze, vormloze bron waaruit tijd en ruimte voortkomen.
Je kunt jezelf niet ontvluchten: waar je ook heen gaat, je komt steeds uit bij jezelf en bij de noodzaak om dit punt te leren begrijpen dat is als niets, en dat toch de bron van alle dingen is.
Volg je eigen inzicht en laat je leiden van binnen uit en niet van buiten af. Iets opgeven om er iets beters voor in de plaats te krijgen is geen echt opgeven. Geef iets op omdat je ziet dat het geen waarde heeft. Naar gelang je meer en meer opgeeft, ontdek je dat je zonder moeite intelligenter en sterker wordt, en vervuld wordt van onuitputtelijke liefde en vreugde.
Je bent niet wat je lijkt te zijn. Je bent nooit een persoon geweest en je zult er ook nooit een worden.
Je bent al volmaakt, hier en nu. Dat wat volmaakt zou moeten worden, ben je niet. Je beschouwt jezelf als iets wat je niet bent.
Neem het besef ‘Ik ben’ als uitgangspunt.
Een tijdelijk verschijnsel is een mysterie. De Realiteit is geen mysterie, ze is helder, simpel, open en vriendelijk, mooi en vreugdevol. Er zit geen enkele tegenstrijdigheid in. Ze is altijd nieuw en jong en van een onuitputtelijke creativiteit. Zijn en niet-zijn, leven en dood, elk onderscheid lost zich daarin op.
Het Absolute is de geboortegrond van het waarnemen. Het maakt het waarnemen mogelijk.
Maar een teveel aan analyseren leidt tot niets. In jouzelf zit het middelpunt van alle zijn, dat voorbij al het analyseerbare ligt, voorbij denken en voelen. Jij kunt het alleen in activiteit ontdekken. Breng het in je dagelijkse leven tot uitdrukking, dan zul je zien dat zijn licht helderder en helderder wordt.

Bron:  Ik ben – Zijn  van  Shri Nisargadatta Maharaj  – Hoofdstuk 70  

Advaita stiltegroep Leuven – dinsdag 18 april 2017

Op dinsdag 18 april houden we onze volgende bijeenkomst van 19u30 tot 21u30 in de Romaanse Poort  – Brusselsestraat 63 te Leuven.
Graag een seintje als je komt op het GSM-nummer 0476/89 65 04 of naar de mail van de afzender.

Hartelijke groet,
Marc en Jacques
——————————————
Het Allerhoogste ligt aan alles voorbij
De bron van het mentale bewustzijn kan nooit een object in het bewustzijn worden. De bron te kennen is haar te zijn. Als je je realiseert dat je niet de persoonlijkheid bent maar de heldere, stille Waarnemer, en dat deze angstloze Helderheid is wat je wezenlijk bent, op dat ogenblik ben je het. Dit is de Bron, de Onuitputtelijke Mogelijkheid tot alle dingen.
De bron van alle dingen bevat alle dingen. Alles wat daaruit voortvloeit, moet daar, in de bron, al in potentie aanwezig zijn. En net zoals een zaadje de bron is van ontelbare andere zaadjes, en in zich al de ervaring van de belofte van ontelbare wouden bevat, zo bevat het Onbekende alles wat er ooit geweest is of had kunnen zijn en alles wat er ooit zal komen of zou kunnen komen. Het hele terrein van worden ligt open en is bereikbaar; verleden en toekomst bestaan naast elkaar in het eeuwige nu.
Om zichzelf te kennen moet het ‘ik’ worden geconfronteerd met zijn tegengestelde – met wat het niet is. Verlangen leidt tot ervaring. Ervaring leidt tot het leren maken van onderscheid, tot onthechting, tot zelfkennis en bevrijding. En wat is bevrijding ten slotte? Het weten dat je geboorte en dood te boven gaat. Door te vergeten wat je bent en jezelf in te beelden dat je een sterfelijk wezentje bent, heb je jezelf zoveel problemen geschapen dat je nu iets moet doen om wakker te worden, als uit een nachtmerrie. Zelfonderzoek is een van de manieren waardoor je kunt ontwaken. Je hoeft niet te wachten op het lijden; een onderzoek naar je ongeluk is efficiënter, want denken en voelen liggen tenslotte ingebed in vrede en harmonie.
Buiten het Zelf, het Absolute, is er niets. Alles is één en ligt besloten in het ‘Ik ben’. In de wakende en in de droomtoestand neemt het de vorm aan van de persoonlijkheid. In de diepe slaap is het Zichzelf, het Absolute. Voorbij de waakzame helderheid, die deze drie toestanden gemeen hebben, turiya, ligt de Onmetelijkheid, de Stille Vrede die het Allerhoogst is. Maar in feite is alles één in zijn essentie en onderling verbonden in zijn verschijningsvorm. Wie onwetend is, ziet het geziene (de persoonlijkheid, opm. vert.) als de ziener; de wijze weet dat de Ziener niets anders is dan het Zien zelf.
Maar waarom zouden we ons bezighouden met het Allerhoogste? Ken de kenner – daarmee is alles bekend.
Ik Ben Zijn – Shri Nisargadatta Maharaj

Bijeenkomst van dinsdag 21 februari 2017

Beste,
Op dinsdag 21 februari houden we onze volgende bijeenkomst van 19u30 tot 21u30 in de Romaanse Poort   – Brusselsestraat 63 te Leuven.
Waarschijnlijk in zaal B23. Kijk toch na op het digitaal scherm: aanwijzing “Studiekring Orenda”.
Graag een seintje als je komt op het GSM-nummer 0476/89 65 04 of naar mail .
Hartelijke groet,
Marc en Jacques

 

Het gevoel ‘Ik ben’

Voordat er iets verschijnt, moet er iemand zijn aan wie het verschijnt. Alle verschijnen en verdwijnen vooronderstelt een verandering tegen een onveranderlijke achtergrond.

Je bent alle lichamen, elk hart, elke geest en nog veel meer. Volg het gevoel ‘Ik ben’ na in alle diepte, dan zul je dat ontdekken. Hoe vind je iets terug wat je kwijt bent of verloren hebt? Je blijft eraan denken totdat het weer in je opkomt. Het gevoel van te zijn, van ‘Ik ben’, is het eerste dat in je opkomt. Stel jezelf de vraag waar het vandaan komt of kijk er rustig naar. Als je aandacht zonder zich te laten storen in het ‘Ik ben’ blijft, kom je in een ‘toestand’ die niemand kan beschrijven, maar die wel wordt ervaren. Het enige wat nodig is, is het te doen, opnieuw en opnieuw. Het gevoel ‘Ik ben’ is tenslotte altijd in je. De enige moeilijkheid is dat je er allerlei dingen aan hebt vastgekoppeld zoals lichaam, gevoel, gedachten en ideeën, bezittingen binnen en buiten jezelf, enzovoort. Al die vereenzelvigingen zijn misleidend. Zij zijn er de schuld van dat je jezelf aanziet voor wat je niet bent.

Wat je bent kan niet beschreven worden, tenzij als totale ontkenning. Je kunt hoogstens zeggen: ‘Ik ben niet dit, ik ben niet dat’ – je kunt nooit op een te verantwoorden manier zeggen: ‘Dit ben ik.’ Het klopt eenvoudig niet. Wat je kunt aanduiden met ‘dit’ of ‘dat’ kun je niet zelf zijn. Je bent niet iets dat kan worden waargenomen of wat je je kunt voorstellen, dus ook niet ‘iets anders’. En toch kan er zonder jou geen waarneming en geen verbeelding, geen voorstelling zijn. Het voelen van het hart wordt waargenomen, het denken van de geest en de activiteiten van het lichaam. Het feit zelf van het waarnemen bewijst dat je niet bent wat door jou wordt waargenomen. Kan er waarneming of ervaring zijn zonder jou? Een ervaring moet ergens bijhoren. Er moet iemand komen opdagen om te verklaren dat de waarneming of de ervaring ‘zijn’ ervaring is. Zonder iemand die ervaart is de ervaring niet echt; de ervaring ontleent haar werkelijkheid aan degene die ervaart. Wat voor waarde hecht je aan een ervaring die je niet kunt hebben?

Laat je gehechtheid aan het irreële los, dan zal het reële snel en moeiteloos zijn eigen plaats innemen. Houd op met je voor te stellen dat je dit of dat ‘doet’ of ‘bent’ – dan zal de realisatie dat je de bron en het hart van alle dingen bent in je oplichten. Dit zal grote liefde met zich brengen, die niet het gevolg is van je eigen keuze of smaak en ook niet van gehechtheid, maar die een kracht is welke alle dingen toont in het licht van wat wij zijn: liefde.

Ik Ben – Zijn   Hoofdstuk 1   Het gevoel ‘ik ben’   Shri Nisargadatta Maharaj

 

Agroep 2017-01-03

Hartmeditatie
Word je bewust van jezelf, zoals je zit. Stel vast welke indrukken en gevoelens zich voordoen in je lichaam. Probeer te ervaren welke plaats je vooral inneemt in je lichaam, de plaats van waaruit je naar de wereld kijkt. Is deze plaats in je hoofd? Vaak zit je daar te denken en van achter je ogen naar de wereld te kijken. Wanneer je in je hoofd zit te denken, ben je voor een groot gedeelte de andere niveaus van je lichamelijke bestaan vergeten.

Bij de bewustwording van het concentratiepunt in het hoofd is dit punt een objectpunt geworden. Je bent je het op een afstand bewust. Keer nu zelf helemaal naar binnen, naar dat punt en kijk van daaruit weer naar buiten. Laat je dan zelf langzamerhand naar beneden zakken in de richting van het hartgebied. Richt je aandacht op dit gebied en stel vast wat voor gevoel daarin aanwezig is. Laat je zakken in dat hartgebied. Je ziet dan de wereld vanuit je hartstreek. Ga daar steeds meer in rusten, in wonen. Dat betekent dat je alles laat voor wat het is. Daar ontspan je je steeds meer.

Het hartgevoel wordt langzamerhand sterker. Vrijwel altijd is dat een gevoel van smelten, vloeibaar worden. Laat je werkelijk daarin zinken, in die vloeibaarheid. Wanneer het enigszins lukt om je daarin te laten verzinken, betekent dat een geweldige ontspanning en een loslaten van je ‘ik’. Dat ‘ik’ is een brokje spanning, meer niet. Wanneer het daar in dat smeltgevoel komt en mee gaat smelten, dan komt het vrij, dan kom jij vrij. In dat gevoel lost het ik op en stroomt in een overweldigend stromen, een overstromen, naar buiten stromen.

Word je je intern bewust van de oneindige ruimte van hartenergie. Het is de ruimte van je zelf zonder vormen, het is de ruimte van je Zelfzijn, waarin je gelukkig bent. Jij bent de kosmische ruimte waarin je nergens meer iets kunt aanwijzen dat op je ik slaat: Dat ben Jij. Als er weer vormen ontstaan, worden ze weer opgelost in het grote geheel. Laat je daar nog steeds meer in verzinken. In eerste instantie, ga je kopje onder. In tweede instantie, laat je alle vormen los en word je je van binnenuit bewust van die oneindige ruimte, die oneindigheid van Zelfzijn.
Blijf in deze open sfeer. Laat deze sfeer voortbestaan, ook wanneer je je ogen open doet.

Bron:  InZicht. Wegen van radicaal zelfonderzoek 2 nr. 4 (dec. 2000), p. 44-45
en website van Advaita Centrum
https://www.advaitacentrum.nl/en/node/9214
Beste [VOORNAAM],
 [CC] [OPM]
Op dinsdag 3 januari houden we onze volgende bijeenkomst van 19u30 tot 21u30 in de Romaanse Poort   – Brusselsestraat 63 te Leuven.
Waarschijnlijk in zaal B23. Kijk toch na op het digitaal scherm: aanwijzing “Studiekring Orenda”.
Graag een seintje als je komt op het GSM-nummer 0476/89 65 04 of naar mail .
Hartelijke groet,
Marc en Jacques

Agroep 2016-12-20

LICHAMELIJKE NON-DUALITEIT

We beginnen bij het begin. Dat is onvermijdelijk voor iedereen, ook voor de mensen die denken erg gevorderd te zijn. Dat begin is non-dualiteit, de afwezigheid van tweeheid. In de Upanishaden wordt de non-dualiteit gezien als het begin van alles. Van hieruit ontstonden de splitsingen en scheidingen die leidden tot de veelvormige kosmos en de scheiding tussen zelf-zijn en het andere. Toch blijft de non-dualiteit de grondslag van alles.

Dat kan worden herkend. Je kunt een besef hebben dat je zelf zo ruim bent dat andere mensen en al het andere met je samenvallen, dat er een universele non-dualiteit is van je diepste zelf en de essentie van het universum.

Het lichaam is een geheel

Om dit duidelijk te herkennen, beginnen we met een eenvoudig onderzoek van het eigen lichaam. Kijk naar je hand en word je bewust van je situatie. Er is een scheiding van mijzelf en de hand. De hand is een object, een ding dat ik zie. Maar, ga eens intern je hand ervaren; terwijl je je ogen dicht houdt. Van binnenuit. Zijn er scheidingen?
Nee, van voeten tot hoofd ervaar ik het lichaam wel als een geheel.
Wat voor soort geheel is dat? Waarom ben je dan een geheel? Omdat je daarin jezelf bent. Dat is je leven, daarin ben je jezelf. In dat leven, in je lichamelijke zelf-zijn, zit geen scheiding. Biologisch gezien hebben in een organisme alle delen met elkaar te maken. Als één onderdeel ziek is, lijdt het hele lichaam. Intern kun je dat vaststellen, in je eigen gevoelsmatige lichaam.
Zit je binnen de huid opgesloten? Ervaar je van binnenuit je huid als een grens? Begin met de innerlijke ervaring van je lichaam en laat je aandacht dan naar rechts gaan. Je hebt geleerd: daar ergens zit een huid, daar houdt mijn lichaam op en begint de buitenwereld. Als je zo innerlijk je lichamelijke zelf-zijn onderzoekt, merk je dat het beeld van je lichaam met zijn huid een voorstelling is in je denken. Dat denken kun je nu eens weg laat vallen. Je kunt dan op je eigen ervaring afgaan, niet op wat je weet. Ga dan met je aandacht nog eens naar rechts toe in de sfeer van je lichamelijk-gevoelsmatige zelf-zijn. Ga dan nog verder naar rechts. Hoe ver kun je naar rechts gaan zonder dat die sfeer van lichamelijk zelf-zijn wegvalt? Blijf concreet en nuchter ervaren: de sfeer van je gevoelsmatige zelf-zijn. Maak geen cognitief beeld van je lichaam, maar ga met je gevoelsmatige kennen verder. Hoe ver kun je gaan? Waar zit een grens? Ga dan naar links op dezelfde wijze. Hoe ver kun je gaan? Ga dan met je aandacht naar voren en naar achteren, naar boven en naar onderen. Hoe zit het nu? Stel je dan ook vast dat je eigen lichamelijke zelfsfeer oneindig is, zo groot als de hele kosmos?
Die zelfsfeer blijkt dus oneindig ruim te zijn, als je heel duidelijk en helder van binnen gaat vaststellen hoe het zit. Dan gebruik je niet je aangeleerde cognitieve kennis, maar ervaar je werkelijk hoe het zit. Je onderzoekt ervaringsmatig, proefondervindelijk, je eigen sfeer.
Je stelt dan vast dat er in je lichamelijke zelfsfeer geen echte scheidingen zijn. In de hele kosmos is geen echte scheiding te vinden. Het is een kosmos van zijn-zelf-zijn. Ervaar dit heel duidelijk, zoals je je lichamelijk gevoel ervaart. In die sfeer is geen grens, geen scheiding, geen dualiteit te vinden.

In het universele zijn-zelf-zijn, kunnen er best materiële dingen komen, allerlei zaken die je zintuiglijk ervaart. Maar  zij verschijnen in die sfeer van universeel zelf-zijn. In de sfeer waarin geen scheidingen zijn. Dus de dingen die verschijnen, zijn niet verschillend van jezelf. Zij zijn jezelf, op dezelfde wijze waarop je handen en je voeten tot je zelfsfeer behoren. Als je ervaart dat je lichamelijke sfeer oneindig is, kosmisch is, komen daarin de dingen. Ze nemen een bepaalde plaats in zonder dat er ergens een scheiding optreedt. Er blijft een sfeer van ongescheiden zelf-zijn. Het is de sfeer van het eigene waarin alles is opgenomen. Dus, dan blijft er helemaal niets ‘anders’ over. De ‘andere’ mensen die er zijn, zijn geen echte anderen, want ze zijn opgenomen in je eigen zelfsfeer. Hun zelf-zijn is ook jouw zelf-zijn. Als de ander wordt herkend in de sfeer van zelf-zijn, verdwijnen automatisch ontzettend veel problemen.

 De concrete vaststelling van de natuurlijke situatie

Ga heel concreet vaststellen wat er is vast te stellen. Dan wordt het ook bevestigd dat er geen grens aan zelf-zijn is. Zo zit dat. Vanuit je eigen zijnservaring is het overduidelijk. Dan is er geen gescheidenheid meer. Dan ontstaat er geen echt conflict meer. Het betekent een eindeloze ontspanning. In het terugkeren naar het ervaren van je eigen sfeer, verdwijnt alle andersheid. Daarom ontstaat er een oneindige ontspanning.
Je ervaart het heel concreet: alle dualiteiten ontstaan vanuit de dualiteit, als je je afstandelijk gaat opstellen en met kracht het andere op een afstand houdt. Zij zijn secundair. De non-dualiteit is de basis. Zij is de oorsprong. Gescheidenheid komt op de tweede plaats.
Je ziet hoe concreet het kan zijn. Je kunt het zelf precies ervaren: vanuit een beperkt gevoel breid je universeel uit en dat is het uitvloeien van liefde. Daarin wordt alles liefdevol opgenomen als jezelf. Je stelt vast dat het helemaal niet nodig is terug te gaan en grenzen te maken tussen ‘dit ben ik’ en ‘dat zijn anderen’. Als er even ontspanning is, is de eenheid er weer overduidelijk. Die eenheid is blijkbaar een natuurlijke situatie. Je moet weer heel kunstmatig alles gaan ordenen, dit in dit vakje, dat in dat vakje, om de dingen te gaan scheiden. Dat kost moeite; het is kunstmatig. Als de inspanning en het kunstmatige wegvallen, is er ontspanning en eenheid. Dat is de natuurlijke situatie.

Non-dualiteit  De grondeloze openheid – Hoofdstuk 1.2.
Douwe Tiemersma

Agroep 2016-12-06

In de eigen onbegrensde zelf-sfeer speelt alles zich af

Waarom zijn wij steeds zo gefocust op bepaalde dingen?

Het focussen hoort bij een beperkte vorm van zelf-zijn, een beperkte vorm van bewust-zijn. Dan zit je midden in de wereld vol scheidingen. Als je jezelf niet definieert als een persoon op dat plekje die vanuit een lichaam zit te kijken, kun je vaststellen hoe het zit. Dan stel je ook vast dat het maar een aangeleerde wijze is waarop je de hele werkelijkheid structureert en dat het ook anders kan. Natuurlijk kun je iets vertellen over hoe de beperking in de kinderjaren is ontstaan, maar je hebt alleen maar te maken met de situatie zoals die nú is. Word je bewust van je eigen situatie nú en zie wat er gebeurt: steeds weer focus je op het beperkte, op de verschillen. Dat is dus het belangrijke punt: dat je zelf gaat onderzoeken en dingen vaststellen. Open je ogen en accepteer wat je ziet. Als je je denken loslaat en gaat zien wat er te zien is, vallen de begrenzingen van je beperkte bewustzijn weg. Dan moet je de betrekkelijkheid van je constructies duidelijk zijn.
Als je die gescheidenheid in stand houdt kost dat ontzettend veel moeite. Wanneer je je even ontspant, is die dualiteit er niet.
Wat is nu de natuurlijke situatie? In de ontspanning verdwijnt de afstand, komt alles op je af en gaat dwars door je heen. Alles is met alles verweven. Dat stel je vast. Meer is er niet over te zeggen. Je fundament, het vaste idee van werkelijkheid, ‘ik hier, anderen daar’, ‘dit is boven en dat is beneden’, enzovoorts, is helemaal niet zo vast. Die vaste structuur wordt vloeibaar, de vormen gaan in elkaar over en veranderen voortdurend. Die overgang is een bevrijding uit de starre situatie.
Ook het lichaam is een constructie vol met scheidingen. Je zit niet alleen in mentale concepten vast, maar ook in lichamelijke constructies. Als je werkelijk teruggaat naar de sfeer van het eigen lichaam, blijken de scheidingen op het lichamelijk vlak niet aanwezig te zijn.

Als ik mijn ogen dicht doe lijkt het onbegrensd.

Het líjkt niet zo, je stelt vast dat het onbegrensd is.
Daarin speelt alles zich af.

En dan verdwijnt het lichaam

Ja, omdat het alles is. Waar zijn de grenzen?
Ga dus ook op lichamelijk vlak kijken.
Op mentaal vlak denk je op een gegeven ogenblik dat alles duidelijk is. Maar daar schiet je weinig mee op als het inzicht alleen op denkniveau blijft. Je kunt van alles denken en bedenken.
Je zult dus ook verder moeten kijken, ook gevoelsmatig, meer lichamelijk, waar de beperkingen minder duidelijk en dieper liggen. Ook daar zul je heel nuchter en helder moeten vaststellen: het is mijn zelf-sfeer, die is oneindig en alles speelt zich hierin af. In mijzelf.

Advaita Post – Jaargang 17 nr. 5 (30 april 2016)
Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, 10 november 2004 in Gouda

Agroep 2016-09-20

Het goede wordt herkend, omdat het al aanwezig is in onszelf. Liefde wordt herkend, omdat zij in onszelf aanwezig is. Dat geldt ook voor oneindigheid. Dat wat voorbij tijd en ruimte is, kunnen we op een speciale wijze kennen, omdat dat blijkbaar in onszelf aanwezig is. Van de non-duale openheid heeft iedereen een besef. We herkennen dat in de diepte van een ander of van de wereld, omdat dat in ons al aanwezig is. Het hoort tot ons zelf-zijn. Voor zover we dat in een ander herkennen, herkennen we onszelf en zo de non-dualiteit.

Als alles openbreekt en je laat het gebeuren, breekt ook het zelf-zijn open. De twee kanten van je bestaanswereld, subject en object, horen bij elkaar. Als zich het oneindige aan de objectkant manifesteert, openbaart zich dat ook in jezelf. Als het daar helemaal open komt, komt je zelf-zijn ook helemaal open. De ene voorwaarde is, dat je dat openkomen van kosmos en zelf-zijn accepteert, dat wil zeggen, dat je je beperkte vormen tot en met ‘ik ben’ loslaat. Alleen in de volledige overgave aan Dat is er de realisatie van ‘Dat ben Ik’.

Ervaar je de dieptestructuur van anderen, het andere en van jezelf, ook in het gewone alledaagse leven? Op welk niveau ben je vooral aanwezig? Aan de oppervlakte, op een dieper niveau van betekenissen die je herkent, of is alles opengebroken en ben je je intern bewust van het onuitsprekelijke? Dan zijn er geen scheidingen. Zelf en Dat, ik en de anderen, de dingen, vormen geen tweeheid meer. Daarom kan er niets positief over worden gezegd. Het alledaagse leven mag doorgaan, maar deze heeft zo’n transparantie dat de non-duale openheid als grootste werkelijkheid voorop blijft staan. Deze openheid ben jezelf en zij is niet verschillend van de gewone dingen van het leven.

Non-dualiteit – Douwe Tiemersma
4.3 ‘DAT BEN JIJ’: WAT IS ‘DAT’? p 98

Agroep 2016-06-21

In de eigen onbegrensde zelf-sfeer speelt alles zich af

Als je jezelf niet definieert als een persoon op dat plekje die vanuit een lichaam zit te kijken, dan stel je vast dat het maar een aangeleerde wijze is waarop je de hele werkelijkheid structureert.
Je kunt iets vertellen over hoe de beperking in de kinderjaren is ontstaan, maar je hebt alleen maar te maken met de situatie zoals die nú is. Zie wat er gebeurt als je steeds weer focust op het beperkte, op de verschillen. Open je ogen en accepteer wat je ziet. Zo is het. Niets hoeft weg. Blijf helder, dan zie je dat de werkelijkheid voortdurend verandert. Je merkt ook de neiging om één soort werkelijkheid als dé werkelijkheid aan te houden. Je zegt, bijvoorbeeld: ‘Ja, ik voel me nu wel één met alles, maar ik weet dat ik verschillend ben van die en die.’ Dan zit je weer te denken. Als je je denken loslaat en gaat zien wat er te zien is, vallen de begrenzingen van je beperkte bewustzijn weg.

De gescheidenheid in stand houden kost ontzettend veel moeite. Wanneer je je even ontspant, is die dualiteit er niet. Wat is nu de natuurlijke situatie? In de ontspanning verdwijnt de afstand, komt alles op je af en gaat dwars door je heen. Alles is met alles verweven. Meer is er niet over te zeggen. Je fundament, het vaste idee van werkelijkheid, ‘ik hier, anderen daar’, ‘dit is boven en dat is beneden’, enzovoorts, is helemaal niet zo vast. Die vaste structuur wordt vloeibaar, de vormen gaan in elkaar over en veranderen voortdurend. Die overgang is een bevrijding uit de starre situatie.

Voor het lichaam geldt hetzelfde. Ook dat is een constructie vol met scheidingen. Je zit niet alleen in mentale concepten vast, maar ook in lichamelijke constructies.Vanuit een idee over de grootte en het eigene van het lichaam zeg je: ‘Ik wil die ander niet dicht bij me in de buurt hebben; hij moet me niet aanraken.’ Als je werkelijk teruggaat naar die sfeer van het eigen lichaam, blijken die scheidingen op het lichamelijk vlak niet aanwezig te zijn. Ga eens kijken: hoe groot is de sfeer van je lichaam?

In de sfeer van het lichaam komen de dingen op, ook de dingen die je zintuiglijk noemt.
Je stelt vast dat het onbegrensd is. Daarin speelt alles zich af.
Op mentaal vlak denk je dat alles duidelijk is: we moeten holistisch denken. Maar daar schiet je weinig mee op als het inzicht alleen op denkniveau blijft.
Je zult ook verder moeten kijken, ook gevoelsmatig, meer lichamelijk, waar de beperkingen minder duidelijk en dieper liggen. Ook daar zul je heel nuchter en helder moeten vaststellen: het is mijn zelf-sfeer, die is oneindig en alles speelt zich hierin af, in mijzelf.

Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, 10 november 2004 in Gouda